Stacks Image p757_n21

GEBOUWEN – ruimtelijke transformatie

WAT DOET STEENHUISMEURS?


Wat kan een gebouw of ensemble van gebouwen hebben? Dat is de hamvraag bij transformaties gericht op functieverandering, verduurzaming of uitbreiding waarbij het de ambitie – en vaak ook de plicht – is om recht te doen aan wat er al is. Wij bepalen de draagkracht en de cultuurhistorische bandbreedte. Daarbij kijken we naar de materiële waarde, de onderliggende ruimtelijke structuur en de gevoelswaarde. We stellen vast wat essentieel is om te behouden, en waarom, en we geven aan wat de speelruimte voor verandering is. Ter inspiratie reiken we ontwerpthema’s, mogelijke interpretaties van waar het erfgoed voor staat en referenties voor oplossingen aan. De leidende ontwerpprincipes en de verhalen bieden vaak prachtige aanknopingspunten. Dat alles leggen we vast in een transformatiekader, afwegingskader, onderlegger of aanbeveling. Een transformatiekader bevat spelregels voor ruimtelijke ingrepen, zodat alle partijen weten waar ze aan toe zijn: duidelijkheid vooraf. Vervolgens kan het als toetsingskader bij de beoordeling worden gebruikt. Een transformatiekader is als het ware een beeldkwaliteitsplan voor een gebouw. Het kan fungeren als afspraak tussen bijvoorbeeld een gemeente en een ontwikkelaar, in situaties waarbij de gemeente niet alles tot in detail wil vastleggen, maar wel de regie wil houden.



CASUS 1
HET EVOLUON, EINDHOVEN

Cultuurhistorische waardestelling
in opdracht van: Lichtstad Erfgoed BV (2019)




Het Evoluon werd in 1966 geopend ter gelegenheid van het 75-jarig bestaan van Philips. Tot 1989 trok het het iconische gebouw ruim tien miljoen bezoekers die er kennismaakten met de relatie tussen techniek en maatschappij. Na de sluiting kreeg het Evoluon een tweede leven als conferentiecentrum van Philips. Het complex werd verbouwd, uitgebreid met een auditorium en de buitenruimte kreeg een nieuwe inrichting. Het nieuwe Evoluon werd in 1991 feestelijk heropend als ‘Philips Competence Centre’. In 2019 verkocht Philips het rijksmonumentale gebouw en de grond aan Lichtstad Erfgoed BV (Foolen & Reijs Vastgoed). De nieuwe eigenaar heeft de ambitie om het complex een nieuw leven te geven en het daarbij weer sterker als publiek centrum te profileren. Daarom heeft Lichtstad Erfgoed BV aan SteenhuisMeurs opdracht gegeven voor een cultuurhistorisch onderzoek dat de monumentale waarde van het complex op verschillende schaalniveaus in beeld brengt. Hierbij is vooral de stedenbouwkundige waarde van belang, gezien de ambitie om het terrein rondom het Evoluon te ontwikkelen. De cultuurhistorische analyse biedt aanknopingspunten om hierbij de kwaliteiten van het Evoluon als troef in te zetten.

 
Het Evoluon, Eindhoven (bron: RCE)

CASUS 2
TWEEDE GESTICHT VEENHUIZEN


Cultuurhistorische waardering en transformatiekader
in opdracht van: de Provincie Drenthe (2020)


Het Tweede Gesticht in Veenhuizen werd gebouwd in 1824 door de Maatschappij van Weldadigheid als een van de drie woongestichten voor wezen, bedelaars en landlopers. Het gebouw is al bijna tweehonderd jaar in gebruik en herinnert zowel aan de Koloniën van Weldadigheid als aan de Rijksinrichting Veenhuizen. Het carrévormige gebouw is de best bewaard gebleven erfenis van de voormalige onvrije koloniën van de Maatschappij van Weldadigheid in Nederland en heeft een prominente plaats in de werelderfgoednominatie. Sinds 2005 is het Tweede Gesticht in gebruik als Nationaal Gevangenismuseum. Inmiddels zijn er plannen om het museum uit te breiden. De vraag aan SteenhuisMeurs was: hoe kan het gebouw worden aangepast, zonder afbreuk te doen aan de uitzonderlijke universele waarden (outstanding universal value) van de Koloniën van Weldadigheid? In dit onderzoek hebben we het Tweede Gesticht onderzocht, gewaardeerd en een vertaalslag gemaakt naar uitgangspunten voor de toekomst in de vorm van een transformatiekader. Aan de hand van de cultuurhistorische kernwaarden en tien ontwerpprincipes van het complex, schetsen we de kaders waarbinnen de transformatie kan plaatsvinden. Denk aan ruimtelijke inpassing, verhouding gebouw-gracht-binnenplaats, routing, contouren en hoofdvorm, materiaalkeuze en detaillering. Het gaat hier nadrukkelijk niet om een ontwerp; deze kaders bieden houvast voor de architecten die met de uitbreiding aan de slag gaan.




Tweede gesticht, Veenhuizen



CASUS 3
SCHIPHOL, HAARLEMMERMEER


Cultuurhistorisch onderzoek, kernwaarden en aanbevelingen
in opdracht van: Schiphol Group (2018-2019)



We maken een analyse van de eerste bouwfase van Schiphol-Centrum, zoals dat in de jaren zestig tot stand kwam. Het doel van deze studie is niet om de ambities voor de toekomst in de weg te zitten, maar juist om te inspireren. Aan de hand van een gedegen cultuurhistorische studie maken we een ruimtelijke analyse van het gebouw, zoals dat door het Bouwbureau Stationsgebouw Schiphol (BSS) werd gerealiseerd. Dit was een interdisciplinair samenwerkingsverband, gevormd door N.V. Naco te Den Haag, het Rotterdamse N.V. Architecten- en ingenieursbureau ir. F. C. de Weger en de Amsterdamse hoogleraar M. Duintjer. De binnenhuisarchitectuur werd door Kho Liang Ie voor zijn rekening genomen. De betrokkenen maakten dankbaar gebruik van internationale voorbeelden om grip te krijgen op de complexe materie van de steeds veranderende ideeën over luchthavens. Onder andere geïnspireerd door het vliegveld van Chicago, kwam er midden in de Haarlemmermeer een hypermoderne luchthaven tot stand, met een tangentieel banenstelsel, pieren, aviobruggen, tapis roulants en een glasheldere routing. Hoewel het Schiphol van toen inmiddels voor een groot deel is ingekapseld door latere uitbreidingen, blijkt er nog verrassend veel van zichtbaar en beleefbaar. Aan de hand van dit onderzoek formuleren we kernkwaliteiten die Schiphol kan inzetten om de bestaande kwaliteiten in de toekomst te versterken en knelpunten aan te pakken.


Pier D, Schiphol




GEBOUWEN – ruimtelijke transformatie

WAT DOET STEENHUISMEURS?


Wat kan een gebouw of ensemble van gebouwen hebben? Dat is de hamvraag bij transformaties gericht op functieverandering, verduurzaming of uitbreiding waarbij het de ambitie – en vaak ook de plicht – is om recht te doen aan wat er al is. Wij bepalen de draagkracht en de cultuurhistorische bandbreedte. Daarbij kijken we naar de materiële waarde, de onderliggende ruimtelijke structuur en de gevoelswaarde. We stellen vast wat essentieel is om te behouden, en waarom, en we geven aan wat de speelruimte voor verandering is. Ter inspiratie reiken we ontwerpthema’s, mogelijke interpretaties van waar het erfgoed voor staat en referenties voor oplossingen aan. De leidende ontwerpprincipes en de verhalen bieden vaak prachtige aanknopingspunten. Dat alles leggen we vast in een transformatiekader, afwegingskader, onderlegger of aanbeveling. Een transformatiekader bevat spelregels voor ruimtelijke ingrepen, zodat alle partijen weten waar ze aan toe zijn: duidelijkheid vooraf. Vervolgens kan het als toetsingskader bij de beoordeling worden gebruikt. Een transformatiekader is als het ware een beeldkwaliteitsplan voor een gebouw. Het kan fungeren als afspraak tussen bijvoorbeeld een gemeente en een ontwikkelaar, in situaties waarbij de gemeente niet alles tot in detail wil vastleggen, maar wel de regie wil houden.




CASUS 1
HET EVOLUON, EINDHOVEN

Cultuurhistorische waardestelling
in opdracht van: Lichtstad Erfgoed BV (2019)




Het Evoluon werd in 1966 geopend ter gelegenheid van het 75-jarig bestaan van Philips. Tot 1989 trok het het iconische gebouw ruim tien miljoen bezoekers die er kennismaakten met de relatie tussen techniek en maatschappij. Na de sluiting kreeg het Evoluon een tweede leven als conferentiecentrum van Philips. Het complex werd verbouwd, uitgebreid met een auditorium en de buitenruimte kreeg een nieuwe inrichting. Het nieuwe Evoluon werd in 1991 feestelijk heropend als ‘Philips Competence Centre’. In 2019 verkocht Philips het rijksmonumentale gebouw en de grond aan Lichtstad Erfgoed BV (Foolen & Reijs Vastgoed). De nieuwe eigenaar heeft de ambitie om het complex een nieuw leven te geven en het daarbij weer sterker als publiek centrum te profileren. Daarom heeft Lichtstad Erfgoed BV aan SteenhuisMeurs opdracht gegeven voor een cultuurhistorisch onderzoek dat de monumentale waarde van het complex op verschillende schaalniveaus in beeld brengt. Hierbij is vooral de stedenbouwkundige waarde van belang, gezien de ambitie om het terrein rondom het Evoluon te ontwikkelen. De cultuurhistorische analyse biedt aanknopingspunten om hierbij de kwaliteiten van het Evoluon als troef in te zetten.

 
Het Evoluon, Eindhoven (bron: RCE)


CASUS 2
TWEEDE GESTICHT VEENHUIZEN


Cultuurhistorische waardering en transformatiekader
in opdracht van: de Provincie Drenthe (2020)


Het Tweede Gesticht in Veenhuizen werd gebouwd in 1824 door de Maatschappij van Weldadigheid als een van de drie woongestichten voor wezen, bedelaars en landlopers. Het gebouw is al bijna tweehonderd jaar in gebruik en herinnert zowel aan de Koloniën van Weldadigheid als aan de Rijksinrichting Veenhuizen. Het carrévormige gebouw is de best bewaard gebleven erfenis van de voormalige onvrije koloniën van de Maatschappij van Weldadigheid in Nederland en heeft een prominente plaats in de werelderfgoednominatie. Sinds 2005 is het Tweede Gesticht in gebruik als Nationaal Gevangenismuseum. Inmiddels zijn er plannen om het museum uit te breiden. De vraag aan SteenhuisMeurs was: hoe kan het gebouw worden aangepast, zonder afbreuk te doen aan de uitzonderlijke universele waarden (outstanding universal value) van de Koloniën van Weldadigheid? In dit onderzoek hebben we het Tweede Gesticht onderzocht, gewaardeerd en een vertaalslag gemaakt naar uitgangspunten voor de toekomst in de vorm van een transformatiekader. Aan de hand van de cultuurhistorische kernwaarden en tien ontwerpprincipes van het complex, schetsen we de kaders waarbinnen de transformatie kan plaatsvinden. Denk aan ruimtelijke inpassing, verhouding gebouw-gracht-binnenplaats, routing, contouren en hoofdvorm, materiaalkeuze en detaillering. Het gaat hier nadrukkelijk niet om een ontwerp; deze kaders bieden houvast voor de architecten die met de uitbreiding aan de slag gaan.




Tweede gesticht, Veenhuizen




CASUS 3
SCHIPHOL, HAARLEMMERMEER


Cultuurhistorisch onderzoek, kernwaarden en aanbevelingen
in opdracht van: Schiphol Group (2018-2019)



We maken een analyse van de eerste bouwfase van Schiphol-Centrum, zoals dat in de jaren zestig tot stand kwam. Het doel van deze studie is niet om de ambities voor de toekomst in de weg te zitten, maar juist om te inspireren. Aan de hand van een gedegen cultuurhistorische studie maken we een ruimtelijke analyse van het gebouw, zoals dat door het Bouwbureau Stationsgebouw Schiphol (BSS) werd gerealiseerd. Dit was een interdisciplinair samenwerkingsverband, gevormd door N.V. Naco te Den Haag, het Rotterdamse N.V. Architecten- en ingenieursbureau ir. F. C. de Weger en de Amsterdamse hoogleraar M. Duintjer. De binnenhuisarchitectuur werd door Kho Liang Ie voor zijn rekening genomen. De betrokkenen maakten dankbaar gebruik van internationale voorbeelden om grip te krijgen op de complexe materie van de steeds veranderende ideeën over luchthavens. Onder andere geïnspireerd door het vliegveld van Chicago, kwam er midden in de Haarlemmermeer een hypermoderne luchthaven tot stand, met een tangentieel banenstelsel, pieren, aviobruggen, tapis roulants en een glasheldere routing. Hoewel het Schiphol van toen inmiddels voor een groot deel is ingekapseld door latere uitbreidingen, blijkt er nog verrassend veel van zichtbaar en beleefbaar. Aan de hand van dit onderzoek formuleren we kernkwaliteiten die Schiphol kan inzetten om de bestaande kwaliteiten in de toekomst te versterken en knelpunten aan te pakken.


Pier D, Schiphol



STEENHUISMEURS bv
050 30 80 100

SCHRIJF JE IN VOOR DE
NIEUWSBRIEF




STEENHUISMEURS bv
050 30 80 100

SCHRIJF JE IN VOOR DE
NIEUWSBRIEF